De feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist alsmede op grond van de niet weersproken inhoud van de producties kan van het volgende worden uitgegaan.
a.
Op 7 februari 2022 is in Suriname overleden [vader] (hierna ook: vader […]). Vader […] was in Suriname in algehele gemeenschap gehuwd met [gedaagde sub 1]. [Eiseres] (die in de stukken ook wel wordt aangeduid als […]), [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] zijn hun kinderen.
b.
Vader […] was tot zijn overlijden op [datum] 2022 houder van alle aandelen en bestuurder van Vermogensbeheer Regenboog NV (verder ook: Regenboog). Regenboog is de houdster van de aandelen van Fatum Schadeverzekeringen NV, gevestigd in Suriname (verder ook: Fatum Suriname). Vader […] vormde samen met zijn schoonzoon […], echtgenoot van [eiseres], de raad van bestuur van Fatum Suriname, [schoonzoon] in de hoedanigheid van financieel directeur.
c.
Op grond van de statuten van Regenboog is deze vennootschap naar het recht van Curaçao opgericht. Uit de statuten blijkt dat de structuur, inrichting en verhouding tussen de organen wordt beheerst door het op Curaçao geldende recht.
In art. 8 van de statuten is bepaald dat de vennootschap wordt bestuurd door een directie, die wordt benoemend of ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders. Bij belet of ontstentenis van alle directeuren (waarvan in dit geval sprake is) wordt de vennootschap tijdelijk bestuurd door een daartoe door de algemene vergadering van aandeelhouders aangewezen persoon, die gehouden is zo spoedig mogelijk een algemeen vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen om definitief in het bestuur te voorzien. (art. 8, lid 6, van de statuten).
In de statuten van Regenboog is geen beheersregeling getroffen voor de toedeling van de aandelen bij overlijden.
d.
Bij testament is geen executeur testamentair benoemd. Evenmin is een vereffenaar aangesteld.
e.
Volgens de Verklaring van erfrecht, opgemaakt op 15 juni 2022 door Surinaamse notaris K.E. Astwood-Olff, bestaat de nalatenschap uit
“de onverdeelde helft van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, welke heeft bestaan tussen hem en zijn voornoemde echtgenote, zodat thans daarin gerechtigd zijn:
(…) de echtgenote, mevrouw [gedaagde sub 1](…) voor het één/tweede plus één/vijfde maal één /tweede is zes/tiende (…) gedeelte onverdeeld zijner nalatenschap,
zijn kinderen
a. [gedaagde sub 2] (…),
b. [gedaagde sub 3] (…),
c. [eiseres] (…),
d. [gedaagde sub 4] (…),
elk voor het één/tweede maal één/vijfde is één/tiende (…) gedeelte onverdeeld zijner nalatenschap.”
f.
Op vordering van moeder [gedaagde sub 1], alsmede [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] is [eiseres] bij vonnis van de Surinaamse rechter van 19 juni 2023 (CIVAR no 202300347) veroordeeld om met de eisers over te gaan tot scheiding en deling van de nalatenschap van vader […].
g.
Bij vonnis van 25 juli 2023 van het gerecht in eerste aanleg te Curaçao (CUR202301602), gewezen in kort geding tussen [eiseres] enerzijds en [gedaagde sub 1] met de overige kinderen anderzijds, is de vordering van [eiseres] om de verweerders (moeder [gedaagde sub 1]en de overige kinderen) te veroordelen medewerking te verlenen aan de benoeming van een trust NV als statutair bestuurder– kort weergegeven – met verwijzing naar het kort geding vonnis van de kantonrechter te Suriname van 8 juni 2023 (CIVAR no. 202301124), afgewezen. Bij het Surinaamse vonnis, gewezen in kort geding van 8 juni 2023, is de vordering van [eiseres] om [gedaagde sub 4] te verbieden “rechtshandelingen c.q. beheers- en beschikkingshanddelingen te plegen al dan niet als bestuurder” van Regenboog of haar dochterondernemingen afgewezen.
[gedaagde sub 4] heeft beroep ingesteld, zowel tegen het Surinaamse vonnis van 8 juni 2023 als tegen het Curaçaose vonnis van 25 juli 2023.
Tevens werd bij beschikking van 25 juli 2023 door het gerecht te Curaçao het verzoek van [eiseres] afgewezen om de kamer van koophandel te veroordelen de inschrijving van [gedaagde sub 4] als bestuurder van Regenboog uit het handelsregister te verwijderen.
h.
In een geschil tussen (wederom) [eiseres] (als eiseres in conventie, gedaagde in reconventie) en [gedaagde sub 4] (als gedaagde in conventie en eiseres in reconventie) heeft de Surinaamse kantonrechter op 7 juli 2023 een vonnis in kort geding (CIVAR no. 202302535) gewezen. Kort weergegeven heeft de Surinaamse kantonrechter bij dat vonnis bij wege van voorlopige voorziening [gedaagde sub 4] verboden “al dan niet in haar hoedanigheid van directeur van Regenboog Vermogensbeheer N.V., verdere rechtshandelingen c.q. beschikkings- en beheershandelingen te plegen met betrekking tot” Regenboog of haar dochterondernemingen “totdat de kortgedingrechter te Curaçao vonnis zal hebben gewezen in de aldaar door [eiseres] ingestelde rechtszaken”. Verder is [gedaagde sub 4] bij dat vonnis verboden om, zolang de nalatenschap niet is afgewikkeld, zonder voorafgaande toestemming van [eiseres] of buiten haar om, rechtshandelingen te verrichten in de hoedanigheid van statutair directeur van Regenboog. In het verlengde daarvan is [gedaagde sub 4] bij dat vonnis tevens verboden rechtshandelingen te verrichten als statutair directeur respectievelijk “beheers- en beschikkingshandelingen te plegen ten aanzien van vermogensbestanddelen die behoren tot de onverdeelde nalatenschap van wijlen de heer [vader]”.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
i.
[gedaagde sub 4] heeft in Suriname beroep ingesteld tegen dit vonnis. Daarbij is tevens gevorderd de uitvoerbaar het van het vonnis bij voorraad te schorsen.
j.
Bij de behandeling van het kort geding door de Curaçaose rechter dat is geëindigd met het hiervoor aanhaalde vonnis van 25 juli 2023 (CUR202301602) was het vonnis van de Surinaamse rechter van 7 juli 2023 onbekend.
k.
Bij e-mail van 12 oktober 2023 heeft moeder [gedaagde sub 1] haar kinderen, tevens erfgenamen, [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3], [eiseres] en [gedaagde sub 4] bijeen geroepen. “Onderwerp: Inzake: Algemene vergadering aandeelhouders Vermogensbeheer Regenboog N.V. tevens vergadering erfgenamen”.
“Agenda punt 1a: Het eerdere genomen besluit tot benoeming van [gedaagde sub 4] als bestuurder.”
(…) Het is mij tot op de dag van vandaag onduidelijk waarom [eiseres] een probleem heeft met de benoeming van [gedaagde sub 4]. [gedaagde sub 4] heeft – ook gezien haar eigen belang- het beste voor, zij is geschikt voor de functie en zij is bereid de werkzaamheden kosteloos te verrichten. Ik heb geen argumenten tegen haar benoeming gehoord.”
“Agendapunt 1b: Te nemen besluit tot benoeming van [gedaagde sub 1] als bestuurder van Regenboog.
Ik stelt voor dat ik word benoemd als bestuurder van Regenboog. Ik ben gerechtigd op veruit het grootste deel van de aandelen en ik denk – ook als jullie moeder zijnde – in staat te zijn verstandige beslissingen te nemen en om de rust te laten wederkeren binnen de familie en de betrokken onderneming.”
“ Agendapunt 2: Bestuur Fatum
Jullie vader was altijd de centrale figuur en bestuurder van Fatum. Ten tijde van zijn overlijden was ook de echtgenoot van [eiseres] ([naam schoonzoon]) bestuurder, en hij is dat nog steeds. Het is onwenselijk dat verzekeraar Fatum wordt geleid door één enkele bestuurder. Good corporate governance vergt tenminste twee bestuurders. Dat geldt temeer voor financiële instellingen. Punt van zorg is daarnaast dat [naam schoonzoon] geen enkele informatie over de (familie) onderneming meer verstrekt, zodat ik en de andere erfgenamen (waarschijnlijk op [eiseres] na) compleet in het duister tasten. Ook dat is een onwenselijke en simpelweg onacceptabele situatie.
Gezien het voorgaande nodig ik jullie uit om de benoeming van [gedaagde sub 2] als bestuurder van Fatum (door Regenboog als aandeelhouder(svergadering) te bespreken. Dan wordt Fatum weer door twee personen bestuurd: [naam schoonzoon] en een eerstlijns familielid ([gedaagde sub 2]). Daarnaast is [gedaagde sub 2] geschikt voor deze functie.
“Agendapunt 3: Compliance Regenboog
Regenboog moet voldoen aan haar verplichtingen, zoals het periodiek op stellen van een balans, en een winst- en verliesrekening, het doen van fiscale aangifte. (…). Graag zou ik ook dit onderwerp bespreken bij de vergadering.”
l.
Deze vergadering is op 25 oktober 2023 gehouden in Curaçao ten kantore van de gemachtigde van [gedaagde sub 1] c.s. In de daarvan opgemaakte notulen is vastgelegd dat moeder [gedaagde sub 1] is benoemd tot bestuurder. [eiseres] is bij die vergadering niet verschenen. Volgens haar is moeder [gedaagde sub 1] niet tot het bijeenroepen van een algemene vergadering van aandeelhouders bevoegd.
Met inachtneming van de voormelde beheersregeling is er geen aanleiding moeder [gedaagde sub 1] te machtigen bestuursbevoegdheden bij Regenboog uit te oefenen omdat die bevoegdheden haar toekomen bij benoeming tot bestuurder door de algemene vergadering van aandeelhouders.
3.20
Voor een vergelijkbare voorziening ten aanzien van Bloemenstede Beheer NV is geen aanleiding nu van enig spoedeisend belang niet is gebleken. Bovendien zijn geen statuten van deze vennootschap in het geding gebracht zodat deze niet in kort geding kunnen worden getoetst.
3.21
In conventie vordert [eiseres] (als eiseres in conventie) dat zowel moeder [gedaagde sub 1] als [gedaagde sub 2], [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 4] (als gedaagden in conventie) worden verboden zich in het handelsregister te laten schrijven als bestuurder, respectievelijk worden geboden zich uit te laten schrijven als bestuurder, een en ander “met een bevel dat verweerders zich onthouden van bestuurs- en beschikkingsdaden ten aanzien van Vermogensbeheer Regenboog N.V.”, zulks versterkt met een dwangsom.
Daaraan heeft zij, kort weergegeven, ten grondslag gelegd dat aangezien de aandelen die tot de gemeenschap van nalatenschap behoren, het beheer geschiedt door de deelgenoten tezamen. Volgens [eiseres] kan geen rechtsgeldige benoeming van moeder [gedaagde sub 1] en van [gedaagde sub 4] tot stand komen omdat zij niet heeft ingestemd met die benoemingen, terwijl het beheer van de nalatenschap slechts kan plaatsvinden door de deelgenoten gezamenlijk. Hetzelfde geldt wat haar betreft voor de eventuele benoeming van [gedaagde sub 2] tot mede bestuurder van Fatum Suriname, welke benoeming door de aandeelhouders van Regenboog moet plaatsvinden.
3.22
Gedaagden in reconventie hebben hiertegen verweer gevoerd.
Zij wijzen er op dat Regenboog geen Surinaamse maar een in Curaçao gevestigde vennootschap is en het recht van Curaçao moet worden toegepast. Zij achten de Surinaamse rechter “niet bevoegd om in algemene zin enig statutair bestuurder van een Curaçaose vennootschap zoals Regenboog te verbieden om te besturen (pleitnota ad 13). Met verwijzing naar art. 3:170, lid 1, BW, althans 6:198 BW (zaakwaarneming) is volgens gedaagden in conventie, eisers in reconventie, moeder [gedaagde sub 1] bovendien rechtsgeldig benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders van 25 oktober 2023.
3.23.1
Wat betreft het gevorderde gebod dat [gedaagde sub 4] zich als bestuurder dient uit te schrijven met verbod om “bestuurs- en beschikkingsdaden te verrichten ten aanzien van Regenboog”, wordt het volgende overwogen.
3.23.2
Bij vonnis van de kantonrechter in Suriname van 7 juli 2023 is het [gedaagde sub 4] verboden, kort weergegeven, enige rechtshandeling te verrichten, waaronder met name beheers- en beschikkingshandelingen, met betrekking tot Regenboog Vermogensbeheer NV.
Bij verzoekschrift in de zaak met nr. CUR202302600 ad 1.16 stelt [eiseres] dat zij de Curaçaose rechter in wezen verzoekt om [gedaagde sub 4] hetzelfde verbod op te leggen als de Surinaamse rechter heeft gedaan bij vonnis van 7 juli 2023.
3.23.3
Partijen twisten over de juistheid van dit vonnis. Vast staat dat geen executeur, bewindvoerder of vereffenaar in functie is. In die gevallen zijn erfgenamen, indien zij geen overeenstemming kunnen bereiken over een regeling van het beheer van de gemeenschap van nalatenschap waartoe de aandelen Regenboog behoren, aangewezen op de regeling van art. 3:168, lid 2, BW waarin is bepaald dat bij gebreke van een zodanige regeling de rechter een beheersregeling kan treffen. Voorafgaande aan de benoeming van [gedaagde sub 4] hebben de deelgenoten het beheer van de gemeenschap van nalatenschap niet geregeld en is dat beheer evenmin door de rechter vastgesteld.
3.23.4.1
Aangezien het besluit tot benoeming van [gedaagde sub 4] niet voortkomt uit een gezamenlijk besluit van de deelgenoten is de benoeming van [gedaagde sub 4] niet rechtsgeldig tot stand gekomen zodat de vordering van [eiseres] om [gedaagde sub 4] te veroordelen zich bij het handelsregister te doen uitschrijven als bestuurder van Regenboog dient te worden toegewezen.
3.23.4.2
Het verbod tot inschrijving als bestuurder, respectievelijk gebod zich te onthouden van “bestuurs- en beschikkingshandelingen” vervalt op de dag waarop [gedaagde sub 4] met toepassing van de beheersregeling van art 3:168, lid 2, BW tot bestuurder is benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders van Regenboog. Anders dan [eiseres] meent is [gedaagde sub 4] wel tot bestuursdaden bevoegd zodra zij rechtsgeldig is benoemd tot bestuurder door de algemene vergadering van aandeelhouders op basis van de beheersregeling van art. 3:168, lid 2 BW, zoals in reconventie gevorderd.
3.23.5
Nu de Surinaamse kantonrechter de veroordeling bij vonnis van 7 juli 2023 heeft versterkt met een dwangsom heeft [eiseres] geen belang bij een herhaling van het verbod jegens [gedaagde sub 4] bij het onderhavige vonnis. Met het Surinaamse vonnis kan zij nakoming van het daarin opgelegde verbod (in Suriname) jegens de in Suriname woonachtige [gedaagde sub 4] afdwingen.
[eiseres] heeft dan ook in zoverre onvoldoende belang bij de gevorderde voorziening, zodat dit onderdeel van de vordering wordt afgewezen.
3.24.1
Wat betreft het gevorderde gebod en verbod ten aanzien van moeder [gedaagde sub 1]wordt het volgende overwogen.
3.24.2
Onweersproken staat vast dat moeder [gedaagde sub 1]zich – ondanks de benoeming tot statutair bestuurder van Regenboog in de algemene vergadering van aandeelhouders van 25 oktober 2023 - niet als zodanig heeft laten inschrijven in het handelsregister.
3.24.3
Partijen twisten over de rechtsgeldigheid van deze benoeming. Vast staat dat geen executeur, bewindvoerder of vereffenaar in functie is. In die gevallen zijn erfgenamen, indien zij geen overeenstemming kunnen bereiken over een regeling van het beheer van de gemeenschap van nalatenschap waartoe de aandelen Regenboog behoren, aangewezen op de regeling van art. 3:168, lid 2, BW waarin is bepaald dat bij gebreke van een zodanige regeling de rechter een beheersregeling kan treffen.
3.24.4
Tot de rechtsgeldige benoeming tot bestuurder dient moeder [gedaagde sub 1]zich van inschrijving als bestuurder van Regenboog te onthouden alsmede te onthouden van bestuurs- en beschikkingshandelingen. Zoals overwogen is het bijeenroepen van de vergadering van aandeelhouders en het uitbrengen van stemmen op zodanige algemene vergadering van aandeelhouderes geen bestuurs- of beschikkingsdaad maar een (rechtsgeldige) beheershandeling.
3.24.5
Het verbod tot inschrijving als bestuurder, respectievelijk gebod zich te onthouden van “bestuurs- en beschikkingshandelingen” vervalt op de dag waarop moeder [gedaagde sub 1]met toepassing van de beheersregeling van art 3:168, lid 2, BW tot bestuurder is benoemd door de algemene vergadering van aandeelhouders van Regenboog. Anders dan [eiseres] meent is moeder [gedaagde sub 1]wel tot bestuursdaden bevoegd zodra zij rechtsgeldig is benoemd tot bestuurder door de algemene vergadering van aandeelhouders op basis van de beheersregeling van art. 3:168, lid 2 BW, zoals in reconventie gevorderd.
Op na te melden wijze wordt het verbod en gebod versterkt met een dwangsom.
3.25
Van een voornemen [gedaagde sub 3] te benoemen tot bestuurder van Regenboog is niet gebleken zodat dit onderdeel van de vordering dient te worden afgewezen.
3.26
Het gevorderde verbod van inschrijving van [gedaagde sub 2] als bestuurder dient eveneens te worden afgewezen. Nadat Regenboog met in achtneming van de beheersregeling weer over een bestuurder beschikt is er geen beletsel op de algemene vergadering van aandeelhouders van Regenboog het voorstel in stemming te brengen om [gedaagde sub 2] te benoemen tot bestuurder van Fatum Suriname.
In conventie en in reconventie
3.27
Er is, gelet op de familieverhouding van partijen, aanleiding de kosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.