wonende te [woonplaats] ,
2. [eiseres sub 2],
wonende te [woonplaats] ,
eisers,
advocaat mr. P.M. Hoogstad te Breukelen,
de rechtspersoon naar buitenlands recht
1337 SERVICES LLC, tevens handelend onder de naam HOST MASTER, 1337 Services LLC,,
gevestigd te Charlestown (Saint Kitts and Nevis),
gedaagde,
niet verschenen.
2.1.
Eisers drijven een [bedrijf 1] met de naam [naam] .
2.2.
Op de website die hangt onder de domeinnaam www. [website] (hierna ook: “de website”) zijn een aantal artikelen verschenen waarin eisers in verband worden gebracht met ernstige misdrijven. Uit de artikelen blijken de namen en adressen van eisers en hun onderneming en er worden foto’s van eisers getoond.
2.3.
Gedaagde is de houder van de domeinnaam www. [website] . Het e-mailadres van gedaagde eindigt op @ [e-mailadres] .
2.4.
Gedaagde runt, onder de naam [bedrijf 2] , een bedrijf dat de persoon achter de website die onder een bepaalde – door gedaagde gehouden – domeinnaam hangt afschermt. Op de website van [bedrijf 2] (http:// [e-mailadres] /) staat:
“ [bedrijf 2] is run by 1337 LLC based in Nevis”
“ [bedrijf 2] general terms and conditions
1.1
These General Terms and Conditions are referred to herein as “Terms” and apply between 1337 Services LLC (“1337”) as the provider of the Services (…) and you as the user of the Services.”
“When you buy a domain in our system, we’re actually purchasing it for ourselves. We will be the actual owners of the domain, it’s not an ownership by proxy as found with all other providers. However, you will still have the full control over the domain name.”
“We sit in between the domain name registration service and you, acting as a privacy shield.”
2.5.
Eisers hebben gedaagde gesommeerd de website buiten gebruik te stellen. Dat heeft zij niet gedaan.
2.6.
Eisers hebben verschillende keren aan de Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (hierna: “SIDN”) gevraagd om de website buiten gebruik te stellen, een zogenaamd “notice-and-take-down-verzoek”, maar SIDN heeft geantwoord dat zij hier in dit geval pas aan zal voldoen nadat een rechter heeft geoordeeld dat de inhoud van de artikelen onrechtmatig is.
Overwegingen
3.1.
Bij de dagvaarding – tegen een verkorte termijn, waarvoor de voorzieningenrechter op grond van artikel 117 Rv verlof heeft verleend – zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen. Daarom zal verstek worden verleend.
3.2.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen. Hieronder wordt toegelicht op welke grond en op welke manier.
3.3.
Eisers leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag. De artikelen over eisers en hun onderneming die zijn gepubliceerd op de website die hangt onder de domeinnaam www. [website] zijn onrechtmatig jegens eisers. Eisers worden, onder meer, volledig herkenbaar en zonder enig voorbehoud beschuldigd van het (mede)plegen van misdrijven, waaronder moord. Ook worden de adressen van eisers en hun onderneming genoemd en wordt het portretrecht van eisers geschonden doordat foto’s waarop zij te zien zijn zonder hun toestemming op de website zijn geplaatst. De beschuldigingen die in de artikelen worden geuit, zijn nergens op gebaseerd en volkomen onterecht. Er is geen hoor en wederhoor toegepast. Eisers, en anderen, verkeren door de valse beschuldigingen in levensgevaar. Ook wordt de eer en goede naam van eisers aangetast. Tevens is de onderneming van eisers door de beschuldigingen financieel in zwaar weer terecht gekomen en zal deze haar deuren moeten sluiten.
Gedaagde zorgt er onder de naam [bedrijf 2] en tegen betaling voor dat de persoon die verantwoordelijk is voor de content van een website die hangt onder een domeinnaam van gedaagde, wordt afgeschermd. De auteur van de artikelen op de website is hierdoor niet te achterhalen. Gedaagde is ervan op de hoogte gebracht dat de artikelen onrechtmatig zijn en is gesommeerd de website buiten gebruik te stellen, maar zij heeft dit niet gedaan. Gedaagde handelt onrechtmatig tegenover eisers, omdat zij het onrechtmatig handelen van de auteur van de artikelen faciliteert en hier zelfs aan verdient.
3.4.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Als onbetwist staat vast dat de artikelen over eisers en hun onderneming die zijn gepubliceerd op de website onrechtmatig zijn. Ook staat vast, nu dit niet is betwist, dat de auteur van deze artikelen niet is te achterhalen door een constructie die gedaagde (onder de naam [bedrijf 2] ) aanbiedt. Eisers zagen zich daardoor genoodzaakt de eerstvolgende in de keten van auteur tot – uiteindelijk – SIDN aan te spreken en dat is de domeinnaamhouder, gedaagde. Eisers hebben niet gesteld dat gedaagde ook de hostingprovider is. Of dat het geval is, kan in het midden blijven in het licht van het volgende. Indien gedaagde ook de hostingprovider is, is zij aansprakelijk op grond van artikel 6:196c lid 4 BW. Indien gedaagde dit niet is, acht de voorzieningenrechter haar aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW (voor zover vereist in combinatie met artikel 6:196c lid 5 BW). Gedaagde heeft er namelijk door de constructie op naam van [bedrijf 2] voor gezorgd dat de auteur van de artikelen onbekend blijft en zij heeft niet adequaat gehandeld nadat zij ermee bekend is geworden dat deze auteur onrechtmatige content heeft geplaatst op de website die onder haar domeinnaam hangt, terwijl eisers onbetwist hebben gesteld dat gedaagde de artikelen kan verwijderen en de website buiten gebruik kan stellen. Sterker, gedaagde heeft – toen zij door eisers werd aangeschreven – slechts gereageerd door een link te mailen van een filmpje op YouTube van een sketch uit de serie “Little Britain” met het thema “computer says no”. Dit bevestigt de indruk dat gedaagde doelbewust faciliteert dat auteurs anoniem en zonder consequenties onrechtmatige content kunnen plaatsen op de websites die hangen onder de domeinnamen van gedaagde. Hierdoor handelt gedaagde zelfstandig in strijd met wat volgens het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betamelijk is en dit gedrag is haar toe te rekenen. Bovendien is – onbetwist – gesteld dat eisers door dit handelen schade lijden. Ook het ongeoorloofde gebruik van het portret van eisers is onrechtmatig jegens hen.
3.5.
Als eisers de auteur van de artikelen hadden kunnen aanspreken, zou deze zijn veroordeeld om de artikelen over eisers op de website te verwijderen. Nu gedaagde dit onmogelijk maakt en zij (daardoor) zelf onrechtmatig handelt, ligt het in de rede om gedaagde hiertoe te veroordelen. Eisers hebben de verwijdering van de artikelen weliswaar subsidiair gevorderd, maar de voorzieningenrechter vindt het passend om dit – als het mindere van het primair gevorderde – eerst toe te wijzen. Eisers vorderen ook dat gedaagde toekomstige artikelen verwijdert en verwijderd houdt. De voorzieningenrechter begrijpt dit als een vordering tot het verbieden van het plaatsen van nieuwe berichtgeving met dezelfde strekking als de huidige artikelen en zal deze vordering op die manier toewijzen.
3.6.
Voor het geval gedaagde de artikelen niet verwijdert, wordt gedaagde – zoals ook primair is gevorderd – veroordeeld om mee te werken aan het buitengebruikstellen van de gehele website. Deze maatregel is passend gelet op de schadelijke gevolgen voor eisers als de artikelen openbaar toegankelijk blijven en gelet op de omstandigheid dat de rest van de inhoud van de website bestaat uit artikelen die rechtstreeks zijn overgenomen van andere websites, bijvoorbeeld van de website van Het Parool, zoals onbetwist is gesteld door eisers. De andere artikelen op de website leggen daarom geen gewicht in de schaal bij de afweging van de hier over en weer spelende belangen.
3.7.
Mocht gedaagde niet meewerken aan het buitengebruikstellen van de website, dan treedt dit vonnis in de plaats van de benodigde medewerking en geldt dit vonnis als een verzoek namens gedaagde aan SIDN tot buitengebruikstelling van de website.
3.8.
Gedaagde zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:
- dagvaarding € 98,01
- griffierecht 291,00
- salaris advocaat 527,00
Totaal € 916,01
Beslissing
De voorzieningenrechter
4.1.
verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,
4.2.
veroordeelt gedaagde om, binnen 24 uur nadat dit vonnis per e-mail aan gedaagde is verzonden, alle berichtgeving over eisers en [naam] weergegeven op de website die hangt onder de domeinnaam www. [website] te verwijderen en verwijderd te houden en verbiedt gedaagde nieuwe berichtgeving over hen met dezelfde strekking op deze website te plaatsen,
4.3.
veroordeelt gedaagde, voor het geval zij niet tijdig aan het onder 4.2 bepaalde voldoet, om binnen 24 uur na de onder 4.2 genoemde termijn haar medewerking te verlenen aan de verwijdering en/of buitengebruikstelling van de website die hangt onder de domeinnaam www. [website] ,
4.4.
bepaalt dat, indien gedaagde niet tijdig aan het onder 4.2 en 4.3 bepaalde heeft voldaan, dit vonnis in de plaats treedt van een zelfstandig verzoek van gedaagde aan SIDN tot onmiddellijke buitengebruikstelling van de website die hangt onder de domeinnaam www. [website] ,
4.5.
veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eisers tot op heden begroot op € 916,01, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,
4.6.
veroordeelt gedaagde in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat gedaagde niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,
4.7.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
4.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Steenbergen en in het openbaar uitgesproken op 26 oktober 2018. (Voetnoot 1)